Een rotgevoel, waar komt dat vandaan?

June 2023

Waarom doe jij aan Zen? Mijn belangrijkste drijfveer om te beginnen met mediteren was om me minder gestrest te voelen. En vooral om iets te doen aan dat rotgevoel dat daarbij komt kijken. Toen ik begon met mediteren voelde ik me het grootste deel van de tijd behoorlijk ongelukkig. Ik kan zo’n vijf jaar later zeggen dat ik me het grootste deel van de tijd behoorlijk gelukkig voel. Maar naast het beoefenen van Zen, wil ik graag begrijpen hoe het komt dat ik me voel zoals ik me voel: zowel het ‘je slecht voelen’ als het ‘je goed voelen’. Alles willen begrijpen is, geloof ik, een bubbel van me (die ik voor een andere keer bewaar). Toen ik nog als wetenschapper werkte, schreef ik mijn proefschrift over de effecten van stress op de hersenen, maar de voorzichtige conclusies die ik toen kon trekken, riepen eigenlijk meer vragen dan antwoorden op. Ik probeer daarom nog steeds op de hoogte te blijven van wetenschappelijke inzichten op dit gebied. Een wetenschappelijke studie1 die ik tegenkwam en een boek2 van dezelfde auteur hielpen me om angst en stress beter te begrijpen – en er daardoor ook wat beter mee om te gaan, wellicht.

De studie in kwestie, waar ik zo meer over vertel, werd mogelijk gemaakt door een technologische revolutie in de neurowetenschappen: optogenetica – afgeleid van optica (licht) en genetica. Optogenetica stelt onderzoekers in staat om neuronen te activeren (of af te remmen) met behulp van licht. Dat is prachtig specifiek, want in het brein is het pikdonker. Om dit voor elkaar te krijgen, worden lichtgevoelige eiwitten (die hun oorsprong in bacteriën hebben) ingebouwd in neuronen. Onderzoekers kunnen daarbij bepalen in welk type neuron dit gebeurt. De eiwitten zijn kleine kanaaltjes die onder invloed van licht geladen deeltjes kunnen verplaatsen, waardoor elektrische activiteit wordt beïnvloed. Met andere woorden: optogenetica stelt wetenschappers in staat om (na het inbrengen van een ultradunne optische vezel) specifieke onderdelen van de hersenen te besturen. Een beetje zoals je op-afstand-bestuurbare auto van vroeger. Door optogenetica heeft onze kennis over complex gedrag en de neuronale circuits die daarbij betrokken zijn een vogelvlucht genomen. En het werd onder andere ingezet in muizen om angst en stress beter te begrijpen.

Wat betekent het nu precies om angstig te zijn? In zowel mens als muis is angst een complexe staat waarbij er veranderingen optreden op verschillende niveaus: in het lichaam (verhoogde hartslag, snellere ademhaling), in gedrag (vermijdingsgedrag, schichtig reageren) en in de innerlijke staat (‘je slecht voelen’). Maar hoe ontstaan deze onderdelen in de hersenen en worden ze ook samengebracht op een bepaalde wijze? Deze vraag kon tot voor kort niet beantwoord worden, alhoewel er veel bewijs was voor de betrokkenheid van bepaalde hersengebieden zoals de amandelkern (amygdala). Een ander gebied, de bed nucleus van de stria terminalis (BNST) dat is geassocieerd met de amygdala, bleek een rol als orkestleider te spelen, zo werd gevonden met behulp van optogenetica. Onderzoekers introduceerden lichtgevoelige eiwitten in neuronen van de BNST, waarna deze eiwitten zich verspreidden tot in de uiteindes van de axonen (de vertakkingen van neuronen). Hierdoor werden ook de zogenaamde projectiegebieden elders zichtbaar. Stel je hierbij een dirigent voor in de vorm van een octopus die met lange armen (axonen) rechtstreeks verbinding maakt met verschillende orkestleden (de projectiegebieden). Vervolgens werd, door licht te schijnen op de uiteinden van de axonen van de BNST-neuronen, elektrische activiteit opgewekt in die afzonderlijke projectiegebieden. Wat bleek: activatie van het ene projectiegebied leidde -exclusief- tot versnelde ademhaling, terwijl activatie van het andere gebied leidde tot effectief vermijdingsgedrag van de dieren (maar niet tot versnelde ademhaling!). Activatie van een derde projectiegebied leidde tot een ‘slecht gevoel’ in muizen (wat je kunt meten door de voorkeur van dieren voor een bepaalde plek in de ruimte te registreren). En ook bij optogenetische activatie van het ‘je slecht voelen’ werden geen veranderingen gemeten in de andere aspecten van angst (dus geen verandering in ademhaling of vermijdingsgedrag). Dit verschafte de onderzoekers een nieuw inzicht: de puzzel van angst bestaat uit verschillende onafhankelijke stukjes die worden aangestuurd vanuit één dirigent.

De verschillende onderdelen van angst hebben waarschijnlijk allen een evolutionaire functie doordat ze de kans op overleving verhogen. Een interessante vraag die onbeantwoord blijft: als muizen met succes een risicovolle situatie konden vermijden (na optogenetische stimulatie lieten de dieren effectief vermijdingsgedrag zien), waarom is het ‘je slecht voelen’ dan nog nodig? Wat voor toegevoegde waarde heeft zo’n subjectieve gevoels-staat? Over het antwoord daarop kan gespeculeerd worden2: het zou kunnen dat zo’n gevoel helpt bij het maken van complexe keuzes. Je slecht of goed voelen kan dan als het ware ingezet worden als een gemeenschappelijke munt, dat het makkelijker maakt om opties die zich over verschillende dimensies afspelen direct met elkaar te vergelijken.

Het geeft me troost om beter begrip te hebben van hoe angst is opgebouwd en wordt verwerkt in de hersenen, en wat de mogelijke verklaring is voor het rotgevoel dat erbij komt kijken. En daarbij: het is functioneel en universeel in mens en dier. Misschien dat ik het hierdoor beter kan tolereren en ik prijs me gelukkig dat ik door het slecht-voelen beter keuzes kan maken, waardoor ik me uiteindelijk weer beter zal voelen.

  1. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6690364/
  2. Hoofdstuk 1 uit het boek “Projections” van Karl Deisseroth, met daarin meer verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur over psychiatrie, emotie-regulatie en optogenetica.